Korte geschiedenis van Berlicum, Middelrode, Kaathoven en Belver


Onderwerp Informatie
Ontstaan Na de ijstijd werd door afzetting van leem en beekklei door de rivieren, vooral van de Maas en de Aa, ons gebied gevormd. In de tijd daarna is er dekzand overheen gekomen. In de laagten ontwikkelden zich vennen en moerassen. Daartussen lagen zandruggen. Nabij het huidige Mercuriusplein tot aan het Braakven en de Koolhof lag vroeger een groot ven. Verspreid door het dorp, onder andere in Middelrode en Kaathoven lagen meerdere vennen.De sterk meanderende Aa en de kleinere riviertjes overspoelden jaarlijks de lage gebieden in de beekdalen en lieten vruchtbare beekklei achter.
Naamgeving BERLICUM: De oorspronkelijk naam bestaat uit de lettergrepen 'beer' of 'ber', 'inc' of 'ing' en 'hem' of 'heim'. De naam duidt op de woonplaats (hem) van de volgelingen (inc of ing) van de Beer (stamhoofd).De oude schrijfwijze Beerlinghem, ook Berlinchem (en Berlekem, Berlikem, Berlanchum) is later Berlicum geworden. In de volksmond was de naam 'Balkum' al bekend in de zeventiende eeuw.

MIDDELRODE: De pachters van de ontginningshoeven in het Woud rooiden bos om landbouwgrond te krijgen. Waarschijnlijk komt de naam van: 'middels rooien' is nieuw land ontstaan. De naam Middelroij uit de Middeleeuwen is nu Middelrode.

KAATHOVEN: Kaat komt van quaat =slecht. In het dialect kan men zeggen: 'koij hoeve'. De naam Kaathoven gaf aan dat het een gebied was met slechte grond.


Seldensate met de duiventoren: aan het begin van de 20e eeuw nog in volle glorie.

Bewoning Als bescherming tegen de steeds terugkerende wateroverlast kozen de eerste bewoners de hogere zanddonken als woonplaats:
Berlicum (de Plaets), is bewoond vanaf ca. 600 / 700.
Middelrode (b.v. bij de huidige Kapelstraat) vanaf ca. 1250.
Belver, nu omgeving kruisbeeld, ook vanaf ongeveer 1250.
Kaathoven, dat moeizaam tot ontwikkeling kwam, vanaf ca. 1300.

De oudste kern van Berlicum breidde zich geleidelijk uit in de richting van Middelrode. Vanuit deze kernen groeide door ontginningen regelmatig het bewoonbare gebied.

Men gebruikte de lagere gebieden als wei- en hooiland. De hogere gebieden werden door bemesting geschikt gemaakt voor akkerbouw. Door de bemesting werden de akkers iedere eeuw ongeveer 10 cm hoger. Door te gaan graven, kan men zien hoe lang een bepaald gebied al ontgonnen is. Het vee graasde op de gemeenschappelijke gronden buiten de ontginningen.

Deze gemeenschappelijke gronden, genaamd 'de Gemeijnt', werden in 1300 door de hertog van Brabant aan de inwoners verkocht. Toen kregen ze een bepaalde vorm van zelfbestuur. Door de eeuwen heen werden de beschikbare gronden steeds meer versnipperd, terwijl ook 'de Gemeijnt' langzamerhand overging in particulier bezit. Door verkoop en vererving raakten ook deze gronden verkaveld in kleine stukjes land.

De totale oppervlakte van de gemeente Berlicum was 2478 hectare groot.

Bevolkingsgroei 1300  ± 350 inwoners
1435  950 inwoners en 200 huizen
1475  650 inwoners en 136 huizen
1526  800 inwoners en 168 huizen
1654  ± 1050 inwoners
1704  1559 inwoners en 329 huizen
1815  1778 inwoners
1840  358 huizen, 2383 inwoners

  waarvan:
  Berlicum 180 - 1192
  Middelrode 163 - 1125
  Kaathoven 15 - 66
1852  ± 2500 inwoners
1890  ± 2600 inwoners
1940  ± 4000 inwoners
1955  ± 5000 inwoners
1996  ± 9000 inwoners


De standaardmolen aan de Westakkers.

Belangrijke gebeurtenissen 1200-1500: Een goede tijd. Het woongebied breidde zich geleidelijk uit en het aantal inwoners groeide. De mensen waren redelijk welvarend, vooral omdat de stad 's-Hertogenbosch een goed afzetgebied voor hun landbouwproducten was.

1500: Slechtere tijden braken aan, vooral door de Tachtigjarige Oorlog. Er werd veel geplunderd. Men verwaarloosde de huisvesting en de landbouw. Daardoor verminderde de hygiėne. Men at eenzijdig voedsel en de gezondheidstoestand van de dorpsbewoners werd daardoor steeds slechter.

1648: Na de Vrede van Munster werd Brabant Generaliteitsland en begon de uitbuiting door de Republiek der Verenigde Nederlanden. De katholieke Kerk verloor haar bezittingen en de katholieken raakten hun openbare functies kwijt. Ze werden zelfs vervolgd. De bewoners moesten naar de Bedaf lopen om godsdienstbijeenkomsten te kunnen bijwonen, want in dat gebied was godsdienstvrijheid omdat het niet bestuurd werd door de Staten Generaal.

1678: De katholieken mochten een schuurkerk gebruiken, maar die bracht hoge kosten met zich mee.

1800: De Franse Revolutie bracht in eerste instantie weer oorlog in ons land, maar geleidelijk verbeterden de levensomstandigheden. Er kwam weer vrijheid van godsdienst. De bevolking kreeg een eigen bestuur in de vorm van burgemeester en wethouders en een gekozen gemeenteraad. De mensen moesten een vaste familienaam kiezen en de burgerlijke stand werd ingevoerd. Wegen werden verhard en kanalen aangelegd. Handel en verkeer namen toe. Ook kwam de industrie geleidelijk op gang. Nieuwe beroepen gaven veel mensen de kans een kostwinning buiten de landbouw op te bouwen. De levensstandaard werd steeds beter.

1940-1945: Na een moeilijke crisistijd brak de Tweede Wereldoorlog uit. De bevrijding van Berlicum en Middelrode liep uit op een bijna algehele verwoesting van het dorp.

Na 1945: In tien jaar tijd werd de herbouw van het dorp voltooid. Door groei van de bevolking met mensen van elders ontstonden in Berlicum en Middelrode nieuwe woonwijken en nieuwe dorpscentra. Voor de sportliefhebbers bouwde men een sporthal en werden er sportvelden aangelegd met bijbehorende gebouwen. Multi-culturele voorzieningen zoals Den Durpsherd en de Moerkoal werden gebouwd. Er kwamen voorzieningen voor ouderen zoals een zorgcentrum en bejaardenwoningen. Door een ruilverkaveling in de zestiger jaren veranderde er veel in het buitengebied.

Bestuur 1300: De hertog van Brabant, Jan II, verkocht de gemeenschappelijke gronden aan de dorpelingen met het recht op een soort zelfbestuur. De drossaard vertegenwoordigde de hertog, de schepenen de dorpelingen.

1505: De hertog van Brabant, Philips de Schone, verkocht wegens geldgebrek zijn rechten aan de 'heer' van Bergen op Zoom en Zevenbergen. Van toen af was Berlicum een heerlijkheid. Berlicum werd bestuurlijk en rechterlijk meer zelfstandig, nog steeds met een drossaard en schepenen.
Men verdeelde Berlicum in vier Heertgangen om de inning van de belasting beter te kunnen organiseren.

1798: De komst van de Fransen maakte een eind aan de heerlijkheid. Alle daaraan verbonden rechten schafte men af.

1810: Frankrijk lijfde Nederland in.

1813: Na de opnieuw verworven vrijheid kreeg men een gekozen gemeenteraad en een benoemde burgemeester zoals we dat nu nog steeds kennen.

1847: Men bouwde in het oude dorpscentrum een gemeentehuis.

1982: Het gemeentehuis aan het Mercuriusplein werd opgeleverd en kwam zo meer centraal in het dorp te staan.

1996: De gemeente Berlicum ging op, samen met Sint-Michielsgestel, Den Dungen, Gemonde en Maaskantje, in de nieuwe gemeente Sint-Michielsgestel. Kaathoven maakte daar geen deel meer van uit.


Het oude dorpscentrum van Middelrode werd tijdens de bevrijding aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vrijwel volledig verwoest. Niets op deze foto is nu nog herkenbaar.

Kerkelijk leven De N.H. kerk, nu de 'Samen-op-Weg'-kerk Toen rond 800 het Christendom in onze streken doordrong, vervingen de dorpelingen de offerplaats door een houten kerk. Rond 1100 werd die opnieuw opgetrokken in steen. In 1484 bouwden de katholieken een toren bij de kerk. In 1240 kwamen alle kerkelijke eigendommen in het bezit van de abdij van Berne, die de kerk voortaan bediende. In 1394 bouwde men voor de pastoor een pastorie in de Onderstal, thans Bleijendaalseweg. In het jaar 1648 kregen de protestanten de kerk in handen. In de bevrijdingsmaanden van1944 werd deze kerk vrijwel geheel verwoest en is later in sterk verkleinde vorm herbouwd.

De inwijding van de R.-K. Sint-Petruskerk aan de Kerkwijk vond plaats in 1837. In 1876 was de toren klaar. Bij de kerk kwamen een pastorie (1839) en een klooster (1859-1975). Een kerkhof werd in 1845 ingericht en de Mariakapel is in 1939 gebouwd. Voor het verenigingsleven kwam er een parochiehuis (1932).Een grootscheepse verbouwing van de kerk vond plaats in de jaren 1932-1934: er kwam een aanzienlijke uitbreiding. In 1944 werd de toren onherstelbaar verwoest en daarna afgebroken, evenals het voorste deel van de kerk. In 1976 bouwde men verzorgingshuis Berlerode op de plaats van het klooster.

De Corneliskapel in Middelrode werd in 1454 ingewijd. Er kwam een rector. Vanaf 1648 gebruikte men dit gebouw als school.

De parochianen van Middelrode namen hun Sacramentskerk in 1950 in gebruik. In 1977 kwam er een gemeenschapshuis, de Moerkoal.

Het ontstaan van de Cunerakapel op Kaathoven vond plaats in ongeveer 1475. Verschillende keren moest zij uitgebreid worden. In het begin van de zeventiende eeuw was het een belangrijke bedevaartplaats. In 1629 verwoestte men de kapel vrijwel helemaal, maar is in 1630 weer opgebouwd. Na de Vrede van Munster, in 1648, mocht de kapel niet meer als zodanig gebruikt worden. Sinds 1678 was het schoolgebouw. In 1887 werd de school opgeheven en werd de voormalige kapel als woonhuis gebruikt.

De katholieken mochten in 1676 een schuurkerk stichten. In 1840 werd deze afgebroken: na het gereedkomen van de nieuwe Sint Petruskerk. De pastorie bij deze schuurkerk was toen nog in goede staat en ging men gebruiken als woonhuis. In 1944 tijdens de bevrijding werd zij verwoest.

Bij het zilveren priesterjubileum van pastoor Ondersteijn in 1939 schonken de parochianen de Mariakapel. In 1977 onderging deze kapel een restauratie.

De buurt 'Groenstraat-Ploeg schonk in 1930 'het Kruisbeeld' aan de gemeenschap uit dankbaarheid vanwege de verharding van de wegen aldaar.

In 1932 nam men het parochiehuis in gebruik als gemeenschapshuis.

Scholen Van oudsher stond de dorpsschool achter de 'Samen-op-Weg'- kerk. Deze oorspronkelijke R.-K. school was later een protestante en vanaf 1798 een openbare school.
In Middelrode en op Kaathoven werden de voormalige kapellen vanaf het midden van de zeventiende eeuw als school gebruikt.
Vanaf 1859 kregen de kleuters en de katholieke meisjes van het dorp onderwijs in het klooster van de zusters.
In 1895 bouwde men nabij het klooster een nieuwe school: de Norbertusschool, omdat de school in het oude centrum niet meer voldeed.
In 1932 kwam daartussen de Theresiaschool voor meisjes.
In 1975 namen een aantal ouders het initiatief tot de oprichting van een openbare basisschool, 'De Kleine Beer', deze werd in de nieuwe wijk Westerbroek gebouwd.
Aan de Groeskant en de Kerkwijk bouwde men kleuterscholen die nu zijn opgenomen in de basisscholen.
Andere scholen in Berlicum waren: een VGLO en een landbouwschool.In de negentiende eeuw stonden er ook nog enkele kostscholen en in huize Veebeek was enkele jaren een seminarie gevestigd.
Boerderijen Op het grondgebied van Berlicum en Middelrode stonden talrijke boerderijen. Vele van deze hoeven deden jarenlang dienst als buitenverblijf van de eigenaar. Dit verblijf werd 'speelhuis' of 'stenen kamer' genoemd. De pachter moest de 'heer' herendiensten verlenen. Een mooi voorbeeld van een hoeve met speelhuis dat alle woelige tijden heeft overleefd, is Eikenlust aan de Loofaert.


De gezamenlijke boeren leverden hun melk aan de Stoomzuivelfabriek aan de Kerkwijk. Vele producten werden er vervaardigd.

Kastelen en slotjes Als de 'heer' zijn hoeve versterkte en er steeds wat aanbouwde, soms zelfs een apart staand buitenverblijf oprichtte en ook versterkte, ontstond er een kasteel of een slotje. Na de Vrede van Munster kwamen ze in verval omdat de katholieken hun bezittingen niet meer konden onderhouden. Dikwijls kwamen ze in handen van protestante eigenaren. Na 1800 waren er bijna geen meer over. Enkele van de bekendste kastelen en slotjes waren: Kasteel ter Aa I en Kasteel ter Aa II, Vredendaal, Beekveld, Veebeek, de Wamberg, Casterenslotje, Assendelft, Seldensate, 't Busselslotje.
Bedrijvigheid Van oudsher leefden de Berlicummers van de landbouw. Eeuwenlang heeft men zo een redelijk bestaan kunnen leiden.
Langzamerhand specialiseerden sommige mensen zich en kregen een bijbaan naast hun boerenbedrijf. We denken dan aan: klompenmaker, wagenmaker, kuiper, molenaar, bakker, herbergier, bierbrouwer.

Molens die op het grondgebied van Berlicum en Middelrode hebben gestaan: watermolen 'ter Steen', watermolen 'de Engelandse molen', Zaankantse molen 'St. Joseph', standaardmolen op de Westakkers, de bergkorenmolen aan de Kerkwijk.

Vroeger stonden er bierbrouwerijen in Middelrode bij de Aa-brug. In Berlicum had men 't Pannenhuijs in het dorpscentrum, een abdij-brouwerij aan de Achterweg en vanaf 1798 'de Zwaan' in Berlicum. Veel herbergiers brouwden hun eigen bier.

Eind 1800, begin 1900 ontstonden er verschillende sigarenfabriekjes. De sigarenfabriek van burgemeester Godschalx en van de familie Prinsen zijn de bekendste. Er waren ook een aantal kleinere met slechts enkele medewerkers. Soms alleen maar met thuiswerk.

Andere bekende bedrijfjes uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, waar een aantal inwoners de kost in verdienden, waren: enkele leerlooierijen, een pianofabriek, de zuivelfabriek, een opslagplaats van de NCB en goederenopslagplaatsen langs de Zuid-Willemsvaart.

Intussen groeide het aantal beroepen en ambachten. Er kwamen winkeliers, bouwvakkers en handelaren. Na ca. 1950 ontstonden grotere bedrijven zoals aannemingsbedrijven voor de bouwnijverheid en enkele kleinschalige industriėle ondernemingen. Ook vonden steeds meer mensen werk in de dienstensector, de verzorgende en administratieve sfeer, bij de overheid en het onderwijs.
In de huidige tijd verlaten veel mensen 's morgens Berlicum om elders naar hun werk te gaan. Ze komen er 's avonds terug voor familieleven en ontspanning. Berlicum is de laatste vijftig jaar van landbouwgemeenschap een forensendorp geworden.